Category: Uncategorized

  • Reflectie op de tussentijdse evaluatie Onderlinge Regeling Samenwerking bij Hervormingen (ORSH)

    Burgerperspectief, kleinschaligheid en maatschappelijke effectmeting

    Curaçao, 12 april 2026

    De recente evaluatie van de Onderlinge Regeling Samenwerking bij Hervormingen tussen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten laat zien dat hervormingsprocessen in gang zijn gezet en dat voortgang is geboekt op institutioneel en bestuurlijk niveau. De beoordeling is daarbij primair gestructureerd langs criteria van doelmatigheid, doeltreffendheid en transparantie, in lijn met gangbare evaluatiekaders zoals die van de OECD-DAC.

    Tegelijkertijd blijft in deze benadering de vraag onderbelicht hoe hervormingen doorwerken in de leefwereld van burgers en binnen welke termijn effecten daadwerkelijk zichtbaar worden. Daarmee ontstaat een evaluatiekader dat overwegend bestuurlijk is georiënteerd, terwijl de maatschappelijke tijdsdimensie minder expliciet wordt geoperationaliseerd.

    Burgerperspectief en maatschappelijke realiteit

    Vanuit burgerperspectief is niet alleen het behalen van beleidsdoelen relevant, maar ook de snelheid en mate waarin deze doelen merkbaar worden in het dagelijks leven. Dit geldt in het bijzonder voor domeinen zoals onderwijs, zorg en inkomenszekerheid, waar vertragingen directe en cumulatieve effecten hebben.

    Gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek Curaçao wijzen op structurele maatschappelijke druk, waaronder hardnekkige armoede en kwetsbaarheden in de arbeidsmarkt. Deze indicatoren onderstrepen dat de effectiviteit van hervormingen niet uitsluitend kan worden afgemeten aan institutionele voortgang, maar ook aan maatschappelijke uitkomsten.

    Kleinschaligheid en burgerinbreng

    De evaluatie benoemt kleinschaligheid als contextfactor. In de praktijk heeft kleinschaligheid echter bredere implicaties voor de werking van publieke verantwoording.

    In kleine samenlevingen is burgerparticipatie geen vanzelfsprekend grootschalig fenomeen. Sociale nabijheid en beperkte institutionele afstand kunnen ertoe leiden dat burgers terughoudender zijn in het formaliseren van signalen. Het aantal meldingen of formele bijdragen vormt daardoor geen volledige indicator voor de aanwezigheid van maatschappelijke problemen.

    Daaruit volgt dat burgerinbreng in een dergelijke context niet uitsluitend kan worden afgewacht, maar actief moet worden opgehaald. In die zin is het burgerperspectief in een kleinschalige samenleving geen optionele aanvulling, maar een functionele noodzaak binnen evaluatieprocessen.

    Dit kan worden aangeduid als een haalschuld: de verantwoordelijkheid van evaluatoren en instituties om systematisch de leefwereld van burgers te betrekken bij de beoordeling van beleid.

    Institutionele doorwerking en toezicht

    In deze context is ook de rol van toezicht- en verantwoordingsinstituties relevant. Zowel de Algemene Rekenkamer Curaçao als de Ombudsman van Curaçao vervullen in beginsel een belangrijke functie in het verbinden van beleid en maatschappelijke realiteit. In de praktijk is de zichtbaarheid van systematische effectmeting en performance-audits echter beperkt.

    Hetzelfde geldt voor de bredere Koninkrijkscontext, waar de Algemene Rekenkamer Nederland in beperkte mate systematische effectanalyses uitvoert van Koninkrijksmiddelen binnen de Caribische landen. Hierdoor ontbreekt een expliciete koppeling tussen financiële inzet en maatschappelijke uitkomsten.

    Methodologische vraagstelling

    De combinatie van bovenstaande factoren roept een methodologische vraag op: in hoeverre worden beschikbare maatschappelijke indicatoren, zoals CBS-data, systematisch betrokken in de beoordeling van hervormingsresultaten?

    Indien deze koppeling niet expliciet is gemaakt, ontstaat het risico dat evaluaties zich primair bewegen op het niveau van beleids- en procesindicatoren, terwijl maatschappelijke effecten slechts indirect worden meegenomen.

    Evalueren betekent in die zin niet alleen het vaststellen van voortgang, maar ook het expliciet verbinden van beleid aan maatschappelijke uitkomsten.

    Slotobservatie

    De evaluatie biedt een waardevol overzicht van bestuurlijke voortgang binnen de hervormingsagenda. Tegelijkertijd blijft de koppeling met burgerervaringen, maatschappelijke data en tijdige effectuering beperkt zichtbaar.

    In een kleinschalige samenleving, waar signalering niet vanzelfsprekend grootschalig tot stand komt, vereist dit een actieve en systematische benadering van burgerperspectief.

    Luisteren naar burgers is in die context geen aanvulling op evaluatie, maar een noodzakelijke voorwaarde voor de validiteit ervan.

    Stanley Bodok

    burger

  • Wie houdt Curaçao’s ministers werkelijk accountable? (Slot)

    Accountability verschuift, maar verdwijnt niet

    Februari 2026 – Stanley Bodok

    1. Inleiding

    Wanneer accountability verschuift tussen politiek, toezicht en juridische routes, rijst een fundamentele vraag: waar en wanneer wordt verantwoordelijkheid daadwerkelijk zichtbaar voor parlement, toezichthouders en samenleving?

    In dit tweede deel wordt het analytische kader uit het eerste deel toegepast op drie concrete casussen:

    1. de relatie tussen ministeriële accountability en de Algemene Rekenkamer (ARC);

    2. de verkoop van UTS;

    3. het AOV-dossier als structurele testcase voor governance.

    De volgorde is bewust gekozen. Eerst wordt gekeken naar het spanningsveld tussen toezicht en bestuur, daarna naar een transactie die grotendeels buiten het publieke gezichtsveld plaatsvond, en ten slotte naar een dossier waarin politieke keuzes via juridische routes worden afgedwongen.

    Het zichtbaarheidskader fungeert daarbij niet als oordeel, maar als instrument om te herkennen waar verantwoordelijkheden zichtbaar blijven — en waar zij minder gemakkelijk te volgen zijn. Wie het kader toepast, ontdekt patronen: van openlijke conflicten, tot diffuus zicht, tot verschoven arena’s van accountability.

    In die zichtbaarheid spelen drie instituties een sleutelrol: de Algemene Rekenkamer Curaçao (ARC), de Ombudsman en de Raad van Advies (RvA). Samen vormen zij het institutionele weefsel waartegen ministeriële macht zichtbaar en toetsbaar wordt.

    Het doel is niet alleen helderheid creëren, maar ook de lezer uit te nodigen: wie bereid is mee te kijken, ziet waar het systeem functioneert, waar het hapert en waar het risico loopt onzichtbaar te worden.

    2. Casus 1 — ARC en ministeriële accountability

    Korte context

    De Algemene Rekenkamer Curaçao (ARC) publiceerde haar rapport over de jaarrekening 2023 van Curaçao. De minister van Financiën betwistte publiekelijk bepaalde passages en verzocht om rectificatie. ARC handhaafde haar bevindingen.

    Wat zichtbaar werd, was een openlijk conflict tussen bestuur en toezicht.

    Stap 1 — Wat is zichtbaar?

    Het formele accountability-moment:

    • een rekenkamer publiceert;
    • een minister reageert publiek;
    • de rekenkamer handhaaft.

    Transparantie functioneert in eerste instantie, onafhankelijkheid wordt publiek getest.

    Stap 2 — Wat wordt minder zichtbaar?

    De ministeriële positie raakt:

    • de betrouwbaarheid van begrotingsinformatie;
    • de werking van het ministerie;
    • de uitvoering bij de Belastingdienst;
    • de reconstructie van grote financiële besluiten.

    Wanneer discussie zich beperkt tot formuleringen, verdwijnen de onderliggende kwaliteit van financiële sturing en opvolging van aanbevelingen uit beeld.

    Stap 3 — Wie bepaalt wat accountability is?

    Het conflict laat zien dat zichtbaarheid van verantwoording betwistbaar is. Is accountability dat een minister reageert, of dat bevindingen aantoonbaar worden opgevolgd?

    Stap 4 — De bredere implicatie

    De casus raakt meer dan één portefeuille. Wanneer de lens van ARC publiekelijk wordt betwist, vermindert zicht op alle domeinen waar publieke middelen worden beheerd.

    Conclusie

    • Botsing is zichtbaar.
    • Informatiekwaliteit is minder zichtbaar.
    • De norm van accountability is onderwerp van debat.

    Dit toont dat macht niet alleen zit in besluiten, maar in het bepalen wat als verantwoording telt. ARC fungeert als lens voor parlement en samenleving; haar scherpte bepaalt mede de zichtbaarheid van macht.

    Maar die lens staat niet op zichzelf. Ook de Ombudsman en de RvA dragen bij aan de kwaliteit van bestuurlijke zichtbaarheid. Wanneer één schakel onder druk staat, verzwakt het geheel.

    3. Casus 2 — De verkoop van UTS: zichtbare macht, onzichtbare verantwoording

    Korte context

    De verkoop van United Telecommunication Services (UTS) aan Flow (Liberty Latin America) betrof strategische infrastructuur en een verschuiving in marktmacht.

    Wat zichtbaar was: politieke aankondiging en koopprijs.

    Wat minder zichtbaar bleef: toetsing, besteding, investeringen en structurele gevolgen.

    De kernvraag: was de verkoop controleerbaar, niet alleen rechtmatig?

    Financiële zichtbaarheid

    Minister Charles Cooper meldde een opbrengst van bijna 340 miljoen gulden, deels bestemd voor CMC en SVB. Publieke verificatie ontbreekt. Zonder transparantie over netto-opbrengst, schuldenaflossingen of bestedingsdetails, ontstaat framing in plaats van inzicht.

    Toezicht en institutionele afwezigheid

    ARC voerde geen onderzoek uit. Juridische discussies uit 2016 betroffen interne audits; ex-post toetsing van de verkoop bleef uit.

    Markt, concessies en investeringen

    Flow werd dominante aanbieder. Publiek zicht op monitoring en sancties is beperkt. Investeringen van 200 miljoen gulden, een van de publiek geworden motieven voor verkoop van UTS, zijn niet controleerbaar. Extra concessies lijken, in het licht van de krimpende Curaçaose markt, eerder politiek dan economisch gemotiveerd.

    Consequenties voor governance

    De verkoop beëindigde indirecte staatscontrole en onafhankelijke evaluatie. In een klein land zoals Curaçao zijn juist sterke transparantie en institutionele checks essentieel.

    Conclusie

    • Formele verantwoordelijkheid bestaat, materiële controle ontbreekt.
    • Zichtbare macht en onzichtbare accountability lopen niet synchroon.
    • De casus illustreert de noodzaak van structurele checks & balances.

    4. Casus 3 — AOV-dossier: verschoven accountability

    Korte context

    Indexatie van AOV-uitkeringen is jarenlang niet toegepast. Politieke besluitvorming verplaatste zich deels naar de rechter, waardoor ministeriële accountability naar juridische arena’s verschuift.

    Stap 1 — Wat is zichtbaar?

    Formeel bestaan wetgeving, begrotingen en rechtsprocedures.

    Stap 2 — Wat verschuift?

    De politieke keuze — handhaven, wijzigen of herontwerpen — is diffuus geworden. De Ombudsman wijst op naleving, maar regering en parlement nemen geen expliciete koers.

    Jaarverslagen tonen bovendien dat overheidsinstanties regelmatig niet tijdig reageren op aanbevelingen van de Ombudsman. Dat patroon raakt niet alleen dit dossier, maar de effectiviteit van het gehele correctiemechanisme.

    Stap 3 — De financiële onderlaag

    Het dossier raakt direct aan:

    • begrotingsruimte en financieel beleid (casus 1);
    • besteding van middelen en structurele keuzes (casus 2);
    • effectiviteit van armoede- en economisch beleid.

    Publiek zicht op de daadwerkelijke beschikbaarheid en effectiviteit van middelen ontbreekt.

    Stap 4 — Systeemimplicatie

    Accountability verschuift naar juridische beoordeling. Voor de burger wordt directe democratische corrigeerbaarheid minder herkenbaar.

    Conclusie

    • Formele structuren bestaan.
    • Politieke keuzes zijn diffuus.
    • Financiële onderbouwing is beperkt zichtbaar.
    • Correctie verschuift naar de rechter.

    Het AOV-dossier toont dat politieke verantwoordelijkheid kan verhuizen tussen arena’s, zonder dat accountability verdwijnt.

    Institutionele druk als patroon

    Wanneer adviezen van de RvA structureel laat of onvolledig worden aangeleverd, wanneer aanbevelingen van de Ombudsman traag worden opgevolgd, en wanneer bevindingen van ARC publiek worden betwist, ontstaat geen incident maar een patroon.

    Dat patroon zegt minder over individuele conflicten en meer over de mate waarin het systeem bereid is zijn eigen controlemechanismen te versterken.

    5. Conclusie: ministeriële verantwoordelijkheid als sleutel tot zichtbare macht

    Echte macht op Curaçao wordt zichtbaar in de manier waarop ministers omgaan met de instituties die hen controleren en adviseren.

    Dat betekent:

    • ARC ruimte geven en effectief laten toezien;
    • aanbevelingen van de Ombudsman serieus en tijdig opvolgen;
    • de RvA vroegtijdig en inhoudelijk betrekken bij wetgeving en beleid.

    Het versterken van deze drie instituties is geen teken van zwakte, maar van bestuurlijke volwassenheid.

    Het zichtbaarheidskader laat zien dat macht pas maatschappelijk gewicht krijgt wanneer verantwoordelijkheid toetsbaar is. Zichtbaarheid is geen communicatiestrategie, maar een bestuurlijke keuze.

    Wanneer de drie casussen naast elkaar worden gelegd, ontstaat een patroon. Accountability verdwijnt niet, maar verschuift. Soms wordt zij publiek betwist, soms beperkt geïnformeerd, soms verplaatst naar een andere arena. In al die gevallen bepaalt de omgang met toezicht en advies hoe scherp ministeriële macht in beeld komt.

    Accountability bestaat daarom niet alleen uit regels of structuren, maar uit de bereidheid om bestuurlijke keuzes zichtbaar te maken — juist wanneer dat politiek ongemakkelijk is.

    Zichtbare macht is institutioneel verankerd.

    Ministers ontlenen hun democratische legitimiteit niet alleen aan besluitvorming, maar aan de manier waarop zij omgaan met toezicht en advies. Wanneer ARC effectief kan controleren, de Ombudsman tijdig en serieus wordt gefaciliteerd, en de RvA vroegtijdig en inhoudelijk wordt betrokken, ontstaat een bestuurscultuur waarin macht zichtbaar en toetsbaar blijft.

    6. Golden Opportunity

    Een partij die alleen regeert beschikt over een zeldzame bestuurlijke ruimte. Zij kan het accountability-vacuüm verkleinen door de positie van de Algemene Rekenkamer Curaçao (ARC) structureel te versterken — in middelen, opvolging en institutioneel respect.

    Versterking van ARC is geen technocratische correctie. Zij verbetert de kwaliteit van begrotingsinformatie, maakt publieke reconstructie mogelijk en vergroot de consistentie tussen beleid en uitvoering. Daarmee wordt ministeriële macht niet beperkt, maar verdiept: zij wordt zichtbaar en controleerbaar.

    Wie ARC ruimte en gezag geeft, kiest voor een bestuurscultuur waarin controle geen tegenkracht is, maar onderdeel van gezag. Dat werkt door in het gehele stelsel van toezicht en advies.

    De mogelijkheid ligt er. De mate waarin zij wordt benut, bepaalt hoe zichtbaar macht in Curaçao zal zijn.

    MACHT KRIJGT BETEKENIS

    WAAR VERANTWOORDELIJKHEID ZICHTBAAR WORDT

    ===

  • Wie houdt Curaçao’s ministers werkelijk accountable? 

    Februari 2026 — Stanley Bodok 

    1. Inleiding – Reflectie op Dick Drayer’s vraag 

    Macht is vaak zichtbaar op Curaçao — accountability veel minder.

    Onlangs stelde Dick Drayer op LinkedIn  en Curaçao.nu  de vraag: “Wie bestuurt Curaçao werkelijk?” Deze vraag raakt niet alleen politieke partijen of individuele ministers, maar de kern van hoe macht, informatie en accountability functioneren binnen onze democratie. 

    Antwoord op de vraag wie werkelijk macht heeft, wordt vaak gezocht in zichtbare politieke rollen. Toch wordt juist buiten de publieke arena vaak bepaald hoe besluiten tot stand komen en wie uiteindelijk accountable wordt gehouden. In de het beeld aan het begin van dit artikel is macht helder zichtbaar, terwijl accountability gedeeltelijk in mist verdwijnt. De vraag is of dit slechts een visuele keuze is — of een weerspiegeling van hoe toezicht daadwerkelijk wordt ervaren. 

    Accountability is niet abstract. Het is juist de zichtbaarheid én controleerbaarheid van concrete besluiten, middelen en beleid, zowel voor instituties als voor de samenleving. Het gaat om systemen en processen, niet om individuele schuld. Juist waar accountability ontbreekt, wordt het moeilijk om vast te stellen wie wanneer welke keuze maakte — en dat maakt het begrip tegelijk abstract én urgent. Systemen falen zelden vanzelf; ze falen wanneer keuzes onzichtbaar blijven.

    Dit artikel vormt het eerste deel van een tweeluik. Het kiest niet voor een oordeel over individuele actoren, maar kijkt samen met de lezer naar hoe structuren van macht en toezicht zichtbaar worden — en waar zichtbaarheid ontbreekt. Het kijkt naar patronen in hoe macht zichtbaar wordt en óf / hoe accountability binnen het systeem vorm krijgt. Het doel is ook niet om instituties te bekritiseren, maar om beter te begrijpen hoe hun rol zichtbaar wordt binnen het bredere systeem. Onzichtbaarheid betekent hier niet dat processen verborgen of geheim zijn, maar dat verbanden en verantwoordelijkheden voor buitenstaanders moeilijk traceerbaar kunnen worden.

    Wanneer macht wordt bekeken vanuit accountability, verschuift de aandacht vanzelf naar één institutionele positie: de minister van Financiën wanneer het onderwerp openbare financiën betreft. Niet vanwege personen, maar vanwege de unieke rol in toegang tot informatie, financiële prioriteiten en de relatie met toezichtsinstituties zoals de Algemene Rekenkamer (ARC), de Ombudsman en de Raad van Advies. 

    Dit tweeluik kijkt naar ministeriële accountability in het financiële domein. De positie van minister van Financiën bevindt zich op het snijvlak van politieke besluitvorming en institutioneel toezicht — een complex spanningsveld waarin functioneren een blijvende uitdaging is. Tegelijkertijd moet de minister verantwoording afleggen over besluiten en middelen, zodat verantwoordelijkheden zichtbaar en controleerbaar blijven. 

    In de afgelopen tien jaar — onder opeenvolgende ministers, waaronder Gijsbertha, Silvania en Minister Cooper — is zichtbaar geworden hoe complex de balans is tussen bestuurlijke verantwoordelijkheid, transparantie en effectieve controlemechanismen. Deze dynamiek is minder een kwestie van individuele keuzes dan van structurele inrichting en politieke context. 

    2. Shadow Power Map: hoe werkt macht? 

    Dit eerste artikel gaat niet over individuele incidenten, maar over hoe macht zich structureel organiseert binnen het bestuurlijke systeem van Curaçao. Niet wie macht heeft staat centraal, maar hoe macht werkt: via zichtbare rollen, informele netwerken en structuren die bepalen wat zichtbaar wordt — en wat niet. 

    In het publieke debat lijken beslissingen vaak helder en transparant. Wie dossiers langer volgt, merkt echter dat belangrijke keuzes regelmatig eerder en buiten het zicht van de gemeenschap worden gevormd. Hoe zichtbaarder macht wordt gepresenteerd, hoe minder zichtbaar soms de accountability erachter is.

    Hier wordt een “zichtbaarheidskader” gepresenteerd om machtsstructuren en toezichtlagen inzichtelijk te maken, met een “Shadow Power Map” als hulpmiddel. 

    Door dit (of een ander) model te gebruiken, kunnen lezers nagaan waar macht zichtbaar is, waar invloed minder duidelijk wordt en waar accountability — zichtbare verantwoording — mogelijk in de mist verdwijnt. Het schema is een hulpmiddel om te navigeren tussen zichtbare macht en minder zichtbare accountability. 

    De analyse aan de hand van een zichtbaarheidskader sluit aan bij governance-theorieën over zichtbare, verborgen en onzichtbare macht (o.a. Steven Lukes), evenals accountability-modellen van organisaties zoals de World Bank, OECD en INTOSAI. Deze modellen laten zien dat formele besluitvorming slechts één van meerdere machtsniveaus vormt. 

    Complexe machtsverhoudingen zijn zelden volledig zichtbaar. Formele verantwoordelijkheden, informele invloed en toezicht bewegen zich vaak op verschillende niveaus.

    Als macht zichtbaar is maar accountability minder, ontstaat de vraag hoe die zichtbaarheid eigenlijk wordt gevormd. Het onderstaande schema probeert dat zichtbaar te maken. Het schema is geen hiërarchisch organogram en pretendeert niet volledig te zijn. Het dient als analytisch hulpmiddel om zichtbaar te maken waar macht zich concentreert en waar lacunes in accountability kunnen ontstaan. Achter elk schema liggen concrete momenten waarop keuzes zijn gemaakt — of juist zijn uitgebleven.

    Machtslagen in het schema 

    Toplaag — Zichtbare politieke macht 

    Ministers, partijnetwerken en invloedrijke adviseurs vormen de meest zichtbare laag in de publieke arena. 

    Middenlaag — Institutionele en economische actoren 

    Hier bevinden zich onder meer staatsbedrijven, het Ministerie van Financiën en de 

    Belastingdienst, waar beleid wordt uitgevoerd en financiële keuzes worden geconcretiseerd. 

    Onderlaag — Formeel toezicht en publiek 

    De Algemene Rekenkamer (ARC) houdt toezicht op financieel beheer en publieke middelen. 

    De Ombudsman bewaakt transparantie en publieke verantwoording. Ook de Raad van Advies kan effectiever functioneren wanneer ARC en Ombudsman sterk opereren. Effectief toezicht vergroot de accountability en versterkt het gehele systeem. 

    Fourth Node — Onafhankelijke pers 

    De onafhankelijke pers helpt lacunes zichtbaar te maken, framing te doorbreken en patronen van macht en verantwoording toegankelijk te maken voor het publiek. 

    De schaduwcyclus 

    De piramide bovenaan het schema verbeeldt wat publiek zichtbaar is. Het onderste deel toont de minder zichtbare besluitvorming — de “schaduwcyclus” — waarin keuzes worden voorbereid, afgestemd en ingekaderd via taal en beeldvorming. Deze framing bereikt de samenleving via traditionele en sociale media.

    In kleine bestuurlijke contexten ontstaan vaak langdurige samenwerkingsrelaties tussen politieke en institutionele actoren. Dat kan besluitvorming versnellen, maar ook leiden tot terughoudendheid bij kritische controle. Hierdoor kunnen lacunes in transparantie en accountability ontstaan. De “Fourth Node” kan deze patronen zichtbaar maken en framing kritisch toetsen. 

    De kernvraag is daarom niet wie constitutioneel accountable is — dat staat vast — maar hoe verantwoordelijkheid in de praktijk vorm krijgt wanneer structurele accountability onder druk staat. 

    Wat in het schema abstract lijkt, wordt concreet wanneer dossiers worden gevolgd. Dan blijkt hoe macht, framing en institutionele terughoudendheid elkaar kunnen versterken — en hoe accountability juist daar onder druk komt te staan. 

    Het schema is geen vaststaand model, maar een navigatiemiddel om zelf te observeren waar macht zichtbaar wordt en waar accountability mogelijk minder duidelijk of mistig is. Lezers kunnen het kader gebruiken, aanpassen of vervangen door een eigen schematische weergave. Zodra een structuur van macht zichtbaar wordt, verandert ook de manier waarop gebeurtenissen worden gelezen. 

    De vraag is niet alleen waar macht zich bevindt, maar waar accountability verdwijnt wanneer besluiten daadwerkelijk worden genomen. Wat eerst losse gebeurtenissen lijken, krijgen samenhang wanneer zichtbaar wordt hoe macht en accountability elkaar kruisen.

    Wie langer kijkt, ziet patronen ontstaan. Het schema fungeert als lens en geeft geen definitieve antwoorden, maar is een manier om te zien wat vaak buiten beeld blijft. De vraag is niet alleen waar macht zichtbaar is, maar wat zichtbaar wordt wanneer een kader wordt toegepast op concrete dossiers — en de mist langzaam optrekt. 

    Accountability blijft slechts een abstract begrip zolang keuzes en momenten onzichtbaar blijven. Een kader krijgt pas betekenis wanneer het wordt toegepast. Daarom wordt het in het tweede artikel toegepast op concrete dossiers — niet om schuld vast te stellen, maar om zichtbaar te maken waar systemen en menselijke beslissingen elkaar raken. 

    De vraag is niet alleen wat er gebeurde, maar welke patronen zichtbaar worden wanneer een kader naast concrete casussen wordt gelegd. Accountability is juist het instrument om concrete momenten zichtbaar te maken. We krijgen dan een idee van wat allemaal zichtbaar kan worden wanneer de mist optrekt. Wie wil, kan het schema alvast naast een recente gebeurtenis leggen en kijken welke patronen zichtbaar worden — nog voordat de casussen in het tweede deel volgen.

    In het tweede deel wordt dit zichtbaarheidskader getoetst aan meerdere casussen, waaronder de verkoop van UTS.

    === 

    Short bio: 

    Stanley Bodok is an independent analyst and publicist with extensive experience in governance, oversight and institutional accountability. He examines how power, responsibility and checks and balances function in practice in Curaçao and across the Kingdom of the Netherlands. 

    ===

  • Stronger Together (Samen Sterker): Building a Kingdom-Wide SAI Function

    Safeguarding public funds and strengthening unity across the Dutch Kingdom and its Caribbean countries

    June 2026: Stanley Bodok


    Abstract

    The Kingdom of the Netherlands faces a governance challenge: Dutch-funded programs in its Caribbean territories (Curaçao, Aruba, Sint Maarten) lack robust independent oversight. Unlike the European Netherlands, where local audit offices and ARN ensure accountability, Caribbean SAIs are under-resourced and cooperation with ARN remains limited, providing only partial assurance against inefficiency, misuse, and weakened public services.

    Curaçao is of particular concern. For almost a decade, its SAI has left substantial investigative capacity unused despite available resources. This gap, remarkable given the island’s needs, has repeatedly been acknowledged in its own annual reports and is widely seen as undermining effective public accountability. The contrast with the strong performance of the Dutch SAI highlights the need for a structural solution at the Kingdom level.

    This proposal recommends a Kingdom-wide coordination mechanism, minimum capacity standards for island SAIs, joint audits of priority programs, and public reporting of results.

    INTOSAI guidance emphasizes that SAI independence is essential even in small states, as illustrated by recent developments in The Gambia. For the abovementioned Caribbean microstates, reliance on Dutch funding makes robust oversight especially urgent.

    The author has duly approached ARN for clarification and possible solutions; any forthcoming response will be communicated in follow-up contributions. Implementing these measures would not only safeguard public funds and strengthen citizen services. A strong and effective Kingdom-wide SAI function may have added value by fostering unity within the Kingdom — a true “Stronger Together” (Samen Sterk) instrument that binds the European and Caribbean parts through accountability and shared democratic values.


    Policy proposal

    Problem

    Within the Netherlands, tens of billions of euros flow annually from the central government to municipalities and provinces. The Netherlands Court of Audit (ARN) does not need to oversee these expenditures itself: independent local audit offices carry out this task under a clear legal framework, with public reporting and data exchange ensuring accountability.

    Within the Kingdom of the Netherlands, however, no such coordinated system exists. Curaçao, Aruba, and Sint Maarten regularly receive substantial Dutch financial support, but their Supreme Audit Institutions (SAIs) provide only limited independent oversight. Curaçao in particular has faced persistent challenges in mobilizing available resources for audits, leaving investigative capacity underutilized for almost a decade. Structural cooperation with the Netherlands Court of Audit (ARN) has not been established.

    Risks

    This institutional blind spot creates significant risks:

    Fiscal risk: Dutch and local taxpayers remain exposed as funds can “fall between the seams” of the Kingdom’s patchwork of audit institutions, escaping tests of legality, effectiveness, and efficiency.

    Developmental risk: Citizens on the islands face failing health care, lagging education, and persistent governance challenges; without credible audits, funds may not achieve intended outcomes.

    Integrity risk: Weak oversight increases vulnerability to illicit financial transactions and misuse of resources.

    Reputational risk: At the international level, the absence of robust Kingdom-wide oversight could affect the standing of the Netherlands Court of Audit within the EU and INTOSAI networks.

    Recommendations

    To close this gap, the following steps are proposed:

    1. Establish a Kingdom-wide coordination mechanism

    • Formalize cooperation between ARN and the SAIs of Curaçao, Aruba, and Sint Maarten.
    • Create protocols for data exchange, methodological alignment, and peer review.

    2. Set minimum capacity standards for island SAIs

    • Ensure that each SAI maintains a baseline of professional staff and budgeted investigative work.
    • Where needed, provide targeted support through the Kingdom or international partners.

    3. Conduct joint audits of Dutch-funded programs in the Caribbean

    • Focus on priority areas such as health care, education, and governance reform.
    • Publish joint findings to ensure transparency to citizens in both the European and Caribbean parts of the Kingdom.

    4. Monitor and report progress

    • Require annual reporting on Kingdom-wide audit cooperation.
    • Include results in both ARN’s reporting cycle and those of the island SAIs.

    International Benchmark

    The importance of independent and effective SAIs has been reaffirmed internationally. Recently, INTOSAI–Donor Cooperation goodwill ambassador Helen Clark referred to developments in The Gambia as a reminder that safeguarding SAI independence is fundamental, even under difficult circumstances. The Gambia is an extreme case, but the underlying principle is universal: all states and territories, regardless of size, require robust oversight to protect public resources.

    For the CAS islands, the challenge is not political repression but structural weakness. Precisely because they are small, with limited institutional capacity and significant reliance on Dutch funding, strong and independent SAIs are indispensable. Highlighting this principle in the Kingdom context is consistent with INTOSAI’s global stance — and it underscores the urgency for the Netherlands Court of Audit (ARN) to engage.

    Benefits

    Implementing these measures would:

    • Safeguard Dutch and Caribbean taxpayer funds from inefficiency and misuse.
    • Strengthen delivery of essential services for citizens in Curaçao, Aruba, and Sint Maarten.
    • Enhance trust in Kingdom-wide solidarity by ensuring funds are well spent.
    • Align the Kingdom’s audit framework with international standards, reinforcing ARN’s credibility within the EU and INTOSAI.
    • A strong, effective Kingdom-wide SAI can promote unity between the European and Caribbean parts of the Kingdom by reinforcing accountability and shared democratic values—a true “Stronger Together” instrument

    Concluding Note

    The author has duly approached the Netherlands Court of Audit (ARN) with questions regarding the efficiency of Dutch spending in the Caribbean part of the Kingdom, seeking clarification and possible solutions. ARN’s response is still pending; any forthcoming reaction will be included in follow-up contributions, ensuring the discussion reflects both independent analysis and the Court’s perspective.

    Shared accountability is the only solid basis for both trust and unity in the Kingdom. Only by sharing accountability can the Kingdom’s promise of being stronger together become reality.

    Author Bio:

    Stanley Bodok is a native and resident of Curaçao, and a citizen of both Curaçao and the Kingdom of the Netherlands. With extensive experience in monitoring and analyzing public accountability, governance, and oversight in the Caribbean parts of the Kingdom, he writes on issues relating to Supreme Audit Institutions, transparency, and the effective use of public funds. His work bridges local insight and Kingdom-wide perspectives, providing an informed view for international audiences. Connect with him professionally on https://www.linkedin.com/in/stanbodok

    Disclosure Statement

    The author is an independent researcher and has no institutional affiliation or financial interest in the subject matter of this article.

  • Lack of Oversight in the Kingdom — As Curaçao’s SAI Remains Silent

    Lack of Oversight in the Kingdom — As Curaçao’s SAI Remains Silent


    By Stanley Bodok

    December 2, 2025

    Who Tests the Effectiveness of Millions in Rule-of-Law Investments in Curaçao?

    Curaçao’s rule-of-law challenges have come into sharper focus with the latest report of the Council for Law Enforcement, which shows that the island lacks adequate control over illegal firearms and the illicit arms trade. This is not a marginal issue, but a fundamental threat to public safety and the functioning of the rule of law. Yet despite years of substantial Kingdom-funded investments in justice and governance, no independent performance audit has ever assessed whether these efforts actually produce measurable improvements for citizens. This absence of systematic oversight—particularly by Curaçao’s Supreme Audit Institution—has created a critical gap in accountability within the Kingdom framework.

    A Long-Standing Risk Without Independent Assessment

    The problem is not new. Curaçao has struggled for years with the proliferation of illegal firearms and the risks this poses to public order. Yet at no point has it been examined whether the considerable Dutch investments in law enforcement and rule-of-law strengthening address such fundamental threats. The gap between spending and outcomes remains untested.

    Evaluations That Avoid the Essentials

    The recent DSP-group evaluation of the Dutch article-1 rule-of-law programme focuses largely on administrative processes in The Hague. What is missing are answers to three essential questions that any modern accountability chain would consider basic:

    1. Do the resources spent in Curaçao actually achieve results?

    2. Do citizens and professionals experience improvements?

    3. Are urgent risks—such as illicit firearms—being effectively addressed?

    Local voices were not included: not Members of Parliament in Curaçao, not civil society, not professionals. As a result, the evaluation omits what should be a cornerstone of every rule-of-law assessment: an examination of what citizens actually experience.

    A Lack of Oversight Within the Kingdom

    Curaçao’s Supreme Audit Institution (ARC) has conducted virtually no performance audits for almost a decade.

    There are no authoritative public assessments of:

    • anti-poverty policies
    • education outcomes
    • inspections and regulatory systems
    • public health protection
    • or the hospital project that has burdened public finances for years

    The Netherlands Court of Audit (ARN) has likewise not examined whether Dutch funds are used effectively in Curaçao — even though it regularly supports and contributes to performance audit work in countries outside the Kingdom.

    The result is striking: within the Kingdom, no independent institution systematically evaluates whether rule-of-law investments achieve their intended impact.

    This exposes the limits of a narrow, bureaucratic understanding of “rule-of-law strengthening.”

    A modern rule of law is more than institutional processes: it must protect citizens against violence, poverty, and failing public services.

    Financial Supervision Without Performance Assessment

    For fifteen years, the Kingdom’s Board for Financial Supervision (CFT) has monitored Curaçao’s public finances. But its mandate is strictly financial: it reviews budgets—not whether spending delivers results.

    Practice shows that this has not led to sustainable financial recovery.

    Moreover, as early as 2019, the Netherlands Court of Audit warned that the deployment of millions in Dutch taxpayers’ money has not demonstrated the expected effectiveness.

    Even that structural signal has received no follow-up.

    Who Can Make the Difference?

    1. The Dutch Parliament

    Dutch MPs bear responsibility for safeguarding Dutch taxpayers’ money.

    They can request the Netherlands Court of Audit to conduct a full performance audit—ideally in cooperation with Curaçao’s SAI.

    This requires a willingness to move beyond the reflex that deeper oversight in Curaçao is “colonial.”

    The more relevant question is:

    Is it morally defensible to look away while citizens in Curaçao face failing oversight and an illicit arms market that heightens their risk of becoming victims of violence?

    2. The Netherlands Court of Audit (ARN)

    The ARN can clarify that effectiveness cannot be assumed—it must be established through independent performance audit work.

    This is not a political stance, but a core principle of modern Supreme Audit Institutions.

    By acting accordingly, the Court visibly positions itself as independent from political considerations.

    3. The Ombudsman of Curaçao and the National Ombudsman

    These institutions hear daily what citizens experience.

    They can alert parliaments and audit institutions to systemic failures that remain invisible without performance audits.

    Their signals can help trigger the accountability chain that the Kingdom currently lacks.

    International Expertise as a Legitimacy Buffer

    A performance audit can be carried out by the ARN and ARC, supplemented where needed by international audit experts.

    This approach strengthens technical quality and reduces political tensions—especially relevant when cross-jurisdiction oversight risks being interpreted as politically sensitive.

    It also aligns with the international direction of the revised SAI PMF, which increasingly emphasises independence, quality management, and performance orientation across SAIs worldwide.

    Towards a Mature Rule-of-Law Accountability Chain

    As long as no one examines what tens of millions in rule-of-law funding actually produce, policy remains built on assumptions rather than evidence.

    An independent performance audit is not a luxury—it is the missing link in the Kingdom’s oversight chain.

    The Council of State recently urged the Kingdom to clarify which rule-of-law values must be protected and who must ensure their protection. Without independent assessment, that call remains unanswered.

    Even the paper on which the Charter is written is growing impatient.

    —-

    About the author

    Stanley Bodok is a Curaçaoan citizen and a graduate Freelance Writer and Journalist from the British College of Journalism, with a special focus on governance and public health. He has more than thirty years of experience in public administration.

    ===

  • Exploring Governance in Curacao: A Citizen’s Perspective

    Understanding Governance in Curacao

    Curacao, a vibrant island in the Caribbean, operates within the framework of the Kingdom of the Netherlands. Governance here involves a blend of local policies and national regulations that influence daily life. Citizens experience governance not just through laws, but through the management of resources, community engagement, and the efficiency of services provided by the government.

    A Citizen’s Perspective on Accountability

    From the viewpoint of local residents, accountability in governance is paramount. The government of Curacao must ensure transparency in its operations and decision-making processes. Citizens expect their leaders to be honest and responsive, fostering a sense of trust and reliability. This perspective highlights the importance of citizen involvement in governance, as active engagement leads to meaningful discussions and policy improvements.

    The Role of Community in Governance

    The analytical viewpoint of governance within Curacao emphasizes community participation. Citizens have a significant role in shaping policies that affect their lives. Whether it’s through town hall meetings, social media discussions, or local initiatives, community engagement aids in voicing concerns and proposing solutions. This collaborative approach ultimately leads to a more effective governance structure and a stronger, more cohesive society.

  • Hello world!

    Welcome to WordPress. This is your first post. Edit or delete it, then start writing!